LinksBoven democratisch ecosocialisme

LinksBoven de diepte in over ecosocialisme bij GroenLinks-PvdA

Afgelopen zondag organiseerde LinksBoven een dag geheel in het teken van democratisch ecosocialisme. Aanleiding van deze themadag was het volgende keuzemoment richting de aanstaande partijfusie van GroenLinks en Partij van de Arbeid: tussen 24 februari t/m 3 maart mogen de leden van beide partijen stemmen over de nieuwe beginselen. Het uitgelezen moment om de discussie over de ideologische koers van de fusiepartij te voeren! LinksBoven pleit al langer voor een democratisch ecosocialistische koers. Maar wat houdt dat precies in? Hoe ziet een nieuw, democratisch, sociaal en groen economisch systeem eruit? En hoe komen we daar? Hieronder lees je een uitgebreide samenvatting van de dag.

Keynote door Jelle de Graaf: wat is democratisch ecosocialisme?

Jelle de Graaf, campagnestrateeg, trapt af met een keynote. Democratisch ecosocialisme is gebaseerd op de gedachte dat we de sociale en ecologische crisis alleen in samenhang kunnen aanpakken, en dat de manier om dat te doen is door de politiek, maatschappij en economie radicaal te democratiseren. De term werd in 1997 geïntroduceerd door de anthropologen Merrill Singer, Ida Susser en Hans Baer. Het combineert de kernprincipes van het democratisch socialisme met die van het ecosocialisme:

  • Het democratisch socialisme streeft naar een eerlijk samenleving waarin zowel de economie als de maatschappij – op alle niveaus, van de werkvloer tot de lokale gemeenschap – door de mensen zelf wordt vormgegeven.
  • Het ecosocialisme stelt dat een werkelijk socialistische samenleving niet alleen gericht kan zijn op de mens, maar ook moet kijken naar het bredere ecosysteem waar wij deel van uitmaken.

​​In het democratisch ecosocialisme staat het concept eigenaarschap centraal. Zowel in de letterlijke, Marxistische, zin dat we gezamenlijk het eigenaarschap over de productiemiddelen moeten terugwinnen, als meer figuurlijk, dat we het eigenaarschap over onze levens en leefomgeving moeten herpakken.

In die laatste betekenis, het herpakken van het eigenaarschap over onze levens en leefomgeving, gelooft Jelle dat democratisch ecosocialisme de emancipatiebeweging van onze tijd kan worden. Of het nou gaat om schoonmakers die niet rond kunnen komen van het schoonhouden van onze ziekenhuizen, jonge boeren die geen toegang kunnen krijgen tot land, de industriële werkers die bang zijn in de toekomst geen baan meer te hebben of migranten en vluchtelingen, de zondebokken van de huidige politiek. Democratisch ecosocialisme heeft de potentie iedereen die onder het neoliberalisme de grip over diens leven is kwijtgeraakt te verbinden in een gemeenschappelijke strijd. Daarmee is ze op de lange termijn ook ons beste wapen in de strijd tegen opkomend fascisme.

Baer heeft vijf uitgangspunten geformuleerd:

  • Een economie met als doel te voorzien in iedereens basisbehoeftes;
  • Een hoge mate van sociale gelijkheid;
  • Collectief eigenaarschap over de productiemiddelen;
  • Representatieve én participatieve democratievormen
  • Ecologische duurzaamheid. (Baer: 2020)

Deze uitgangspunten zijn bewust breed geformuleerd, omdat het democratisch ecosocialisme is geïnspireerd op verschillende bewegingen, en ze op verschillende plekken een vorm moet krijgen die past bij de lokale context.

Kansen voor ecosocialisme bij GroenLinks-PvdA met Dick Pels, Sibren van Hoeven, DWARS en de Jonge Socialisten

Met Dick Pels (voormalig directeur van het wetenschappelijk bureau GroenLinks) en Sibren van Hoeven (kandidaat-raadslid PvdA en auteur van het opiniestuk ‘Niet links, niet boven, maar socialistisch!’) doken we in de geschiedenis van respectievelijk GroenLinks en de Partij van de Arbeid. 

Dick Pels tipt het boek ‘staan voor socialisme’ van Piketty. In de jaren ‘00 en ‘10 noemde Dick Pels zich nog een ‘sociaal-liberaal’. Later heeft hij toch maar voor de term sociaal-individualisme gekozen, een term gemunt door Jacques de Kadt, een van de oprichters van de PvdA en de tegenhanger van Banning, die pleitte voor gemeenschapszin of communitarisme. Joop den Uyl was een leerling van beide. De Kadt verdedigde het sociaal-individualisme als ‘socialisme ten behoeve van het individualisme’: vrijheid voor allen kun je alleen in het socialisme bereiken. Hij zag individualisme in de betekenis van persoonlijkheid en non-conformisme, volgens Dick ‘het kostbaarste element van een dynamische cultuur’. Voor Dick past dat bij vrijheid of vrijzinnigheid als links ideaal – de vrijheid voor het individu om zichzelf te kunnen ontplooien. Het is een cultuurideaal, dat moet je niet overhellen naar de economie, zoals wel gebeurd is ten tijde van Femke Halsema. Hier zie je ook raakvlakken tussen het ecosocialisme en het eco-anarchisme van Murray Bookchin. Vrijzinnigheid of liberalisme is helaas ernstig verziekt geraakt door het neoliberalisme en het populisme. Tegenwoordig heb je het liberaal-fascisme, dat combineert ‘ik eerst’ (ik zeg wat ik wil en doe wat ik zeg, de consumentistische zelf) met ‘eigen volk eerst’. Het socialisme maar ook het ecologisme hebben het risico om in het autoritaire terecht te komen. Vrijzinnigheid/individualisme voorkomt het verabsoluteren daarvan. En duurzaamheid als focus bevrijdt het socialisme vrijwel per definitie van het nationalisme, omdat het een internationale kwestie is. Het is een klassekwestie, en een kwestie van kleur, dus ook een neokoloniale kwestie. Ecosocialisme is veelomvattend begrip: het is radicaal en strijdbaar, dat vijanden aanwijst (de superrijken) en een ander systeem voorstelt. 

Sibren van Hoeven neemt ons mee in een beknopte geschiedenis van de PvdA en de sociaaldemocratie. Eind 19e/begin 20ste eeuw waren sociaaldemocratie en socialisme synoniemen. De sociaaldemocratie was het politieke project van socialisten. De arbeidersbeweging was een groot geheel, die grote overwinningen behaalde. Grote partijen in het parlement dwongen van regeringen concessies af, niet door te regeren maar door maatschappelijke druk. Toen kwam de afsplitsing van de communisten, die voor revolutie stonden. Na de Tweede Wereldoorlog werd de PvdA opgericht. In haar oprichtingspapieren stond het streven naar een socialisitsch systeem. De PvdA werd onderdeel van de regering in een coalitie met christenen. Dat betekende concessies doen, waarbij ze ook instemden met oorlogsmisdaden in Indonesië. In deze tijd ontstond het model met de Staat als mediator tussen vakbonden en werkgevers. Dat is een verschil met bijvoorbeeld Scandinavische landen, waar de sociaaldemocraten vrij spel hadden in regeerbeleid. Het bedrijfsleven zei: als wij de verzorgingsstaat moeten bekostigen, moet de economie groeien. In de jaren ‘80 is de PvdA het neoliberalisme gaan omarmen: het idee van marktwerking werd toegepast op elk vlak, waardoor de grip compleet is kwijtgeraakt. In die periode kwamen ze er ook achter dat de klimaatverandering desastreus zou gaan worden, maar de mogelijkheid om nog andere keuzes te maken hadden ze verkocht. Terugkopen is erg lastig. Dat zie je ook met onze zorg, met onze woningen. Je loopt tegen de muren van kapitaal aan. Doordat je geen regie meer hebt, brokkelt de verzorgingsstaat volledig af. Internationaal kapitaal heeft onze verzorgingsstaat ook deels opgekocht. We moeten de sociaaldemocratie weer terugclaimen. Maar de papieren werkelijkheid van beginselen gaat de partij niet redden, het gaat om onze daden. Daarvoor ziet Sibren goede kansen: veel jongeren zijn allemaal al ecosocialistisch of democratisch socialistisch, evenals mensen uit de oudere generatie. 

Rik Bresters, bestuurslid politiek bij DWARS: rood, paars en groen zijn de drie kleuren die onze vereniging symboliseren. Vaak komen onze leden vanuit één van die kleuren. Bij DWARS verbinden we die kleuren met elkaar, waardoor mensen zich ook verbinden aan de bredere, gedeelde strijd. Dat is de kern van het ecosocialisme. Daarom zijn we bij DWARS uitgesproken voor. 

Boyd Angenent, voorzitter Jonge Socialisten: waarom heten wij de Jonge Socialisten en zitten we bij een sociaaldemocratische partij? Omdat wij juist in die socialistische traditie staan. Met DWARS hebben we een gezamenlijk pamflet geschreven. Als je vanuit de bril van de sociaal-democratie dat pamflet leest, is het herkenbaar. als je vanuit de bril van een ecosocialist het pamflet leest, dan leest het als ecosocialistisch pamflet. Ik denk dat we als nieuwe beweging een gezamenlijk gevoel moeten opbouwen. Uiteindelijk gaat het om de inhoud, maar woorden doen er toe, omdat het ook gaat om het gevoel dat erbij hoort.

Hoe ziet een alternatieve economie eruit? Met Shinta Oosterwaal, Tim Christiaens en Najah Aouaki

Shinta Oosterwaal (hoofddocent de Groen Afslag) wil iedereen laten aanhaken op de groene economie. In de kantlijn van de samenleving gebeurt al heel veel, vertelt ze. Bedrijven die ervoor kiezen om radicaal andere waarden te hanteren: minder of geen winst, maar kwaliteit. Initiatieven in de onderstroom zijn vooral bezig in de basiseconomie: voedsel, zorg, energie. Daar vindt de meeste sociale innovatie plaats. Al die initiatieven dragen bij aan een macro-economische verschuiving: postgroei of ontgroei, commoning en regeneratie. Ze dagen het kapitalisme uit. De overheid kan ruimte creëren voor bijvoorbeeld coöperaties. Financiering moet een andere richting krijgen, de rol van de overheid is daarvoor nodig. Gemeenschappelijk goed moet herclaimd worden. Liever door mensen zelf, maar het kan een tussenstap zijn. Democratisering van het hele proces is de intentie.

Tim Christiaens is universitair docent economische ethiek en vraagt zich af: wat is een economie eigenlijk? Economie omvat bepaalde middelen om zorg te dragen voor de dingen die ertoe doen. Voor jezelf, voor anderen en de natuur. Hoe ga je die zorg organiseren, zodat we er zelf zeggenschap over hebben? In het kapitalisme zeggen we: het individu zorgt voor zichzelf, samen schept dat de onzichtbare hand van de markt. Maar de verdeling van middelen kan ook via de gemeenschap, als collectief. Tim doet onderzoek op het gebied van digitalisering en technologie. De introductie van technologie heeft de verdeling van rijkdom verstoord. Je hebt geen baas meer, maar een algoritme beslist. Hoe kan je technologie ontwikkelen om ons meer autonomie te geven? Nu gebeurt het tegenovergestelde, bijvoorbeeld bij Amazon. Is tech uit de Verenigde Staten wel een goed idee, moet je misschien gaan nationaliseren? Bedrijven in energie en huisvesting hebben een bepaalde marktpositie, waardoor zij hun zin kunnen opleggen. Het zijn private bedrijven, maar ze vormen natuurlijk monopolies. Kijk bijvoorbeeld naar treinen: het is niet zinvol om er nog een treinnetwerk naast te leggen. Energie ook. Reguleren is niet voldoende, je moet het dan als overheid overnemen. 

Najah Aouaki (econoom en grootstedelijk strateeg) pleit voor het herclaimen van het economische narratief: het moet de mensheid en de natuur dienen. Het huidige narratief is gebaseerd op een versimpeling van de realiteit, op een manier die de complexiteit van de werkelijkheid reduceert en daarmee structureel tekortschiet. Het kapitalisme draait om rationaliteit, maximalisaite van nut en het nastreven van rijkdom en eigenbelang. Hierbij hebben we een incompleet mensbeeld: we zien de mens als ‘homo economicus’, die een brede basis van materiele behoeften nodig heeft om te komen tot emotionele, sociale, spirituele behoeften. Je kan dit ook zien als een pyramide. De ‘homo florens’, daarentegen, draait de vorm van de pyramide om, waardoor materiele behoeften onderaan alleen nog het puntje van de pyramide beslaan. Een nieuw economisch narratief moeten we framen als realistisch en als positief. Het kan wél, maar dan echt! We moeten toe naar een economie gericht op hoe we schaarse middelen kunnen inzetten om in ons welzijn te voorzien. Met een completer en realistischer mens- en wereldbeeld en waarbij ‘economie’ niet enkel een ‘inkomstenbron’ is terwijl maatschappelijke domeinen de kosten vormen. Daarbij zij meerdere economische modellen mogelijk. Economisch eigenaarschap moeten we democratiseren en lokaal verankeren. Concentratie van macht moeten we corrigeren. Er zijn verschillende manieren om de economie te organiseren. Dat kan lokaal of nationaal. Het kan via overheid of markt, maar je kan het ook onafhankelijk collectief doen. Welke sectoren eerst, moet je prioriteren. We zien nu dat de kosten voor essentiële goederen, zoals wonen, zorg en voedsel, groeien. Dat komt omdat dit producten zijn die we vrijwel zeker gaan afnemen. Het is geen vrije markt. 

Ecosocialisme in de praktijk met Elisabeth IJmker en Florine Zegers

Florine Zegers (Commons Network) vertelt dat Nederland een oude geschiedenis van commoning heeft. Het is een praktijk waarin een gemeenschap een gezamenlijk goed gezamenlijk beheert. Door de gedeelde verantwoordelijkheid kun je het gemeenschappelijk houden. Je beperkt het extractieve element, minder winstmaximalisatie. Gelukkig zijn er nog steeds veel mooie voorbeelden. Meent en waterschappen zijn oude voorbeelden. Nieuwe voorbeelden zijn er ook, zoals op het gebied van wonen, energie, voedsel en zorg. Ze zijn allemaal aan het commonen. Er mag zeker meer ruimte voor gemaakt worden binnen de politiek. Daar zouden we op vooruit gaan.

Beginnende cooperatieven leunen op een bepaalde vrijwilligheid. Ze geloven in gezamenlijk eigendom. Het is vaak democratisch, bijdragen in eigen lokaliteit. Er zijn genoeg obstakels, zowel intern als extern. Intern zijn we verleerd hoe de cooperatieve cultuur werkt. Er zijn mensen die behoefte hebben aan zelfsturing kijken veel mensen naar een leidinggevende. Coöperatief werken vraag echt een andere cultuur. Het is vaak ook langzamer. Je moet bepaalde skills opnieuw leren. Duurzame financiering is ook lastig. Gemeentes kunnen ook kiezen voor lokaal aanbesteden, je kan het belangrijk vinden dan wie het gekoopste is. Alle waarde van publiek geld stroomt weer uit de stad weg door aanbestedingen. Terwijl juist lokale groepen begaan zijn met de lokale bloemen. Bepaalde regelingen staan soms zelf in de weg. Veel mensen doen het ook naast hun eigen werk. Gemeentes zetten erop in. Maar vanuit economische zaken is er nog een dominante focus op impact ondernemers, incubators, maar coöperaties of burgerinitiatieven worden snel weggezet als serieus.

Elisabeth IJmker (raadslid GroenLinks Amsterdam) zet zich in voor een alternatieve lokale economie vanuit de gemeenteraad. Zij vindt het belangrijk dat je als overheid niet in de weg gaat zitten, geen ingewikkelde regels maken of het willen overnemen, maar faciliteren. Economie is meer dan overheid en markt. Gemeenschappelijke initiatieven zijn niet enkel leuke initiatieven, maar ook serieuze economie. Dat moeten meer mensen gaan inzien. Als gemeente moeten we die ‘doeners’ zichtbaar maken, financieren en stimuleren. Veel gemeentelijke porgramma’s voor het stimuleren van de economie zijn ontworpen rondom de oude economie van winstmaximalisatie. Coöperaties wil je stimuleren, dat is ook economie. Je moet ze niet enkel zien als externaliteiten.

Er is veel dat je als gemeente kan doen. Kijk bijvoorbeeld naar deelvervoer. Commerciele partijen mogen dit organiseren, mogen de publieke ruimte gebruiken voor huurauto’s. Burgers niet, want parkeervergunningen werken niet zo. Terwijl: je kan ook financiering regelen voor buurtautodelen, waarbij je een auto mag kopen en delen. Ook kan je kijken naar het inkoopbudget. In Amsterdam is dat 3 miljard. Geef je dat uit aan een buitenlandse grote keten of doe je het lokaal? Het vraagt soms meer ambtelijke capaciteit, je moeten dingen opknippen zodat kleinere groepen mee kunnen doen. Je moet ze ook ondersteunen. 

Hoe komen we tot een ecosocialistische samenleving? Met Saskia Boumans, Lena Hartog en Noor IJpma

Lena Hartog (co-product The Cost of Growth) is in haar documentaire op onderzoek uitgegaan naar verzet tegen groei. Ze noemt het voorbeeld van Rio Tinto in Servië, waar een brede groep mensen samen strijdt tegen het machtige mijnbedrijf om mijnactiviteiten in de Jadarvallei te voorkomen. In het begin hadden mensen soms weinig met elkaar gemeen. De aanvoerders waren rechts en soms ook xenofoob, mensen van Extinction Rebellion spraken vooral over klimaat en gebruikten grote woorden. Naar verloop van tijd zag je dat mensen elkaar gingen vertrouwen en langzaam veranderen. Er ontstond wederzijds begrip en een gezamenlijke taal. 

In linkse bewegingen zie je soms dat geprobeerd wordt om met interne machtsdynamieken te compenseren voor globale ongelijkheden. Ze noemt het voorbeeld van een brede beweging waar de queer groep geen Pridevlag mocht meenemen van de rechtse groepen, omdat mensen zich er niet prettig bij zouden voelen. Aanvankelijk wilden de queer groep daarom niet meer meedoen. Uiteindelijk is er een compromis gekomen: geen vlaggen, maar de rechtse groep moest beleid aannemen om discriminatie binnen hun gelederen te bestrijden. Voor de queer groep was dat belangrijker op lange termijn dan om op korte termijn met vlaggen te lopen. Dit voorbeeld laat zien dat we niet altijd in elke stap alle problemen perfect kunnen en hoeven op te lossen. Niks is taboe, maar vervolgens moet je er samen uitkomen. Zo bouw je een brede macht op met al die kleine bewegingen.

In Florence heb je een Fiat-fabriek die werd overgenomen, waarna de werknemers in een dag werden ontslagen. Die zijn toen gaan staken en dachten: waarom hebben we internationale investeringen  nodig? We willen geen auto’s maken, maar onderdeel zijn van de groene transitie. Dat is nu een coöperatief, elke Italiaan kan een aandeel kopen. een mooi voorbeeld van zelf de democratische macht over het bedrijf terughalen, in plaats van af te wachten op de politiek. 

Saskia Boumans (directeur van De Burcht, het wetenschappelijk bureau van de vakbeweging) houdt zich bezig met langzame vragen voor de lange termijn, terwijl de vakbonden van crisis naar crisis lijken te springen. De laatste tijd is de vakbond zich gaan verschuiklen achter de instituties, die in de vorige eeuw voor economische rechtvaardigheid zijn opgericht. Veel ziekenfondsen waren van de vakbeweging, nu zijn sommigen commercieel en anderen overgedragen aan de vakbeweging. Het is deels een overwinning dat de overheid dit als een taak ziet, maar de saamhorigheid en verbinding verdween eruit. Decennialang is er nauwelijks gestaakt, het werd vergeten dat er strijd en mensen nodig zijn om de beweging sterk te houden. De laatste jaren zien we weer meer stakingen en is er meer aandacht voor sociale kracht voor verandering, voor bewegingsopbouw.

Voor de oorlog was de vakbeweging veel idealistischer. De ontwikkeling van de vakbond loopt heel erg samen met die van de sociaaldemocratie, inclusief de Derde Weg. Net als de sociaaldemocratie moet de vakbond zich nu herpositioneren. Er ligt een grote opdracht voor de FNV op het gebied van democratisering de komende tijd. Vakbondsleden en werkorganisatie moeten met elkaar het gesprek willen blijven aangaan. Dat klinkt soft, maar daarin ligt de kern.

Noor IJpma is klimaatactivist in de wereld van politieke partijen. Linkse politiek heeft een rol om bewegingen te versterken, door hun inhoudelijke punten over te nemen, maar ook door het demonstratierecht te versterken. Of ruimte voor mensen te creëren om zich maatschappelijk in te zetten, bijvoorbeeld met een basisinkomen.