Robin Bongers-Karmaoui: ‘Idealen en dingen bereiken hoeven niet per se tegenover elkaar te staan.’

Robin Bongers-Karmaoui (34) woont met zijn gezin in Ede, werkt op een middelbare school als docent Nederlands en is deze gemeenteraadsverkiezingen de eerste lijsttrekker van GroenLinks-PvdA. Ook is hij uitgesproken LinksBoven-kandidaat: ‘Juist in Ede is het belangrijk dat we hier zijn, want we strijden voor een heel groot deel van de bevolking.’

Waar is jouw politieke vuur begonnen?

‘Al op jonge leeftijd verbaasde ik me over hoe wij als mensen met dieren omgaan. Dat begon toen ik me ervan bewust werd dat het worstje dat we eten, ooit een varken is geweest. Toen ik 9 jaar was, wilde ik vegetariër worden. We slachten meer dan 1,7 miljoen dieren per dag in Nederland. Dat was niet iets wat ik kon accepteren als normaal: dit is echt een weeffout in onze maatschappij. Dezelfde soort scheve verhouding tussen mens en dier, zag ik ook tussen mensen onderling. Ik vond het onbegrijpelijk dat wij hier in Nederland aan de ene kant trots zijn dat we kinderarbeid hebben afgeschaft en het minimumloon hebben ingevoerd, maar aan de andere kant de rest van de wereld uitbuiten. Dat wakkerde in mij een gevoel voor rechtvaardigheid aan, dat me nog elke dag drijft in mijn politieke werk.’ 

Kreeg je dat gevoel voor rechtvaardigheid ook vanuit huis mee?

‘Mijn ouders stemden meestal VVD. Mijn vader was echt een arbeider. Hij heeft zijn hele leven bij Shell gewerkt. Niet in de top, maar met praktisch werk, vaak buiten en in de nachtdiensten. Mijn moeder is sinds ze kinderen kregen altijd huisvrouw geweest, dus wij leefden als gezin van één salaris. Mijn vader had sterk het gevoel: ik moet hier veel te veel op inleveren en krijg er veel te weinig voor terug. Hij zag zijn zuurverdiende centen gaan naar mensen die er in zijn ogen niet hard voor werken. Ik snap waarom dat oneerlijk voelt, maar we zien een andere oplossing: links wil geen hoge belastingen op arbeid, maar juist op bezit. 

Maar er zijn ook veel waarden die we delen. Mijn ouders vinden groen bijvoorbeeld ook belangrijk en stemden daarom lokaal wel eens GroenLinks. Ik ben ook opgegroeid met veel boeken in huis en aandacht voor cultuur. De laatste verkiezingen hebben ze D66 gestemd. Dat had onder andere te maken met de positie van de VVD op de Transwet. Ik heb een transzusje, dus de VVD zette hiermee eigenlijk hun dochter weg. Dat iedereen mag zijn wie die is, is ook echt iets wat ik van huis uit heb meegekregen.’

Wat uit jouw levensloop heeft jou verder echt gevormd?

‘Ik heb filosofie gestudeerd, maar ben begonnen op het vmbo. Ik zat op een middelbare school met veel praktijkvakken, zoals dierenverzorging en groenvoorziening, maar merkte al gauw dat dit niet paste bij waar ik goed in ben. Daarom wilde ik gaan lesgeven. Ik heb eerst de mbo-opleiding tot onderwijsassistent gedaan en ben via de lerarenopleiding naar filosofie aan de universiteit gegaan.

De route die ik heb afgelegd heeft me best wel gevormd. Er werd vaak tegen me gezegd: moet jij nog wel verder gaan? Dat was vaak goedbedoeld, mensen willen je een faalervaring besparen. Maar ik had zoveel passie en liefde voor de dingen die ik doe, dat ik dacht: ik zie wel of het lukt. En ook nu probeer ik het gewoon als ik iets spannend vind. Dat was ook zo toen ik de gemeenteraad in ging.’

Hoe ben je in de politiek beland?

‘Dat is eigenlijk per ongeluk gegaan. In Vlaardingen, waar ik ben opgegroeid, zei een vriend die actief was bij de lokale VVD: ga eens praten met iemand van GroenLinks, ik heb wel een telefoonnummer. Daar ben ik begonnen bij de lokale jongerendenktank. Daarna ben ik gevraagd voor de kieslijst. Ik had er nog niet zo over nagedacht, maar ontdekte dat het goed bij me past. Na 4 jaar in de raad in Vlaardingen, ben ik verhuisd naar Ede, omdat ik wilde dat mijn kinderen zouden opgroeien in een groene omgeving. Ik was heel blij dat ik toen meteen verder kon in de Edese politiek.’  

Waarom is het GroenLinks, nu GroenLinks-PvdA geworden, en niet een andere links-progressieve partij?

‘De thema’s die ik belangrijk vind, zoals eerlijke handel en dierenwelzijn, zijn voor mij geen losstaande dingen. De grote maatschappelijke problemen hangen met elkaar samen en komen voort uit één systeem – het kapitalisme. GroenLinks-PvdA is de juiste partij om daar wat mee te kunnen. Bij GroenLinks-PvdA vind ik de juiste balans tussen idealen en serieuze invloed, ook aan de bestuurlijke kant. Andere linkse partijen, zoals Partij voor de Dieren, draag ik een heel warm hart toe. Ik vind het belangrijk dat ze er zijn om ons scherp te houden.’

Waar wil jij je voor inzetten de komende periode in de gemeenteraad van Ede?

‘Wonen is een prioriteit. We zijn een groeigemeente, dus er moeten genoeg betaalbare woningen komen. Tegelijkertijd moeten we ervoor blijven waken dat we een groene gemeente blijven. Ik woon in een nieuwbouwwijk waar weinig groen is. In de zomer spelen mijn kinderen hier niet buiten, omdat het dan veel te heet is. Dan gaan we ergens anders naartoe met meer bomen en dus ook meer verkoeling. We hebben hier hele mooie bossen, maar dat betekent niet dat er in de wijken geen groen meer hoeft te zijn. 

Ook wordt er in Ede per inwoner relatief weinig besteed aan cultuur, terwijl ik denk dat er wel heel veel behoefte aan is. Ik wil dat alle mensen zich vertegenwoordigd voelen in onze gemeente, ook in het cultuuraanbod. Of je nu naar een punkbandje of naar een dragshow wil. 

Die vertegenwoordiging van alle mensen vind ik ook belangrijk in de besluitvorming. Toen een wijk met veel sociale huur werd gesloopt, kwamen sommige mensen in de knel, omdat ze nog geen nieuwe woning hadden gevonden. Zij wisten ons niet goed te vinden, al heb ik uiteindelijk wel m’n best gedaan om wat voor hen te betekenen. Mensen met koopwoningen rondom die buurt kloppen snel bij ons aan als er iets aan de hand is. Dat liet me zien dat de mensen die ons misschien wel het meest nodig hebben, ons vaak het minst weten te bereiken.’ 

Kan je wel idealistische politiek bedrijven in de gemeenteraad, of is het vooral pleisters plakken, onder andere op landelijk beleid?

‘Op lokaal niveau is wel altijd even zoeken. Je hebt bijvoorbeeld veel minder knoppen om aan te draaien qua financiën: landelijk kan je heel veel betalen door, ik noem maar wat, niet kneiter veel geld aan Defensie uit te geven. Lokaal ligt je budget veel meer vast. 

Soms ben je inderdaad wel meer bezig met pleisters plakken. Zo hebben we laatst geregeld dat Stichting Babyspullen ondersteuning krijgt vanuit de gemeente. Zij zorgen ervoor dat mensen die een baby verwachten maar weinig geld hebben, in de eerste twee levensjaren alles krijgen wat ze nodig hebben. Tegelijkertijd is het idioot dat we voor allerlei losse problemen oplossingen zoeken, terwijl we het onderliggende problemen – armoede – lokaal niet volledig kunnen aanpakken. Toch is er veel dat je wel kan doen. Zo kijken we nu of we de schulden van mensen kunnen afkopen.

Een van onze speerpunten deze campagne is het lokale warmtebedrijf in publieke handen brengen. Dit bedrijf zorgt op heel veel plekken in Ede voor warmte en kreeg dus veel steun vanuit de gemeente. Maar daardoor heeft het best een monopoliepositie gekregen. Voor een basisvoorziening in private handen creëert dat een giftige cocktail. Er gaat dus nog weleens wat fout: biomassahout mag uit maximaal 150 km uit de buurt komen, maar bleek ongecertificeerd uit andere landen te zijn gehaald. Op een gegeven moment konden ze niet leveren, waardoor mensen in de winter in de kou zaten. Dit moet echt in publieke handen komen. Wij willen dan ook dat inwoners er direct baat bij hebben en direct bij betrokken zijn. Het is een voorbeeld van systeemverandering op kleine schaal.

En idealen en dingen bereiken hoeven niet per se tegenover elkaar te staan. Toen ik nog in Vlaardingen in de gemeenteraad zat, ging het over de komst van een asielzoekerscentrum. Wij zaten toen in de coalitie en die stond op spanning, omdat er partijen tegen de opvang van vluchtelingen waren. Dat is iets waarvan ik dacht: hier kan ik onmogelijk in meegaan. Je geeft best veel dingen op in een coalitie, want zo werkt het, maar hier moest ik echt voor mijn idealen staan. Daardoor ontstond er ruimte in de coalitie om anders te stemmen. Als we als coalitiepartijen hetzelfde hadden moeten stemmen, was er een meerderheid tegen het azc geweest. Nu is die opvang er toch gekomen. Voor je idealen staan kan dus ook dingen in beweging zetten.’

Je draagt zichtbaar uit dat je LinksBoven-kandidaat bent. Waarom?

‘Ik ben heel blij dat LinksBoven bestaat, omdat ik denk dat het onze landelijke partij nog meer in de goede richting duwt. Ik vind het belangrijk dat de aandacht voor de thema’s die ik belangrijk vind, zoals internationale solidariteit, niet verslapt. Of dat we te veel meegaan in rechtse frames. We moeten ons eigen narratief blijven vertellen. Juist in onze partij moet ruimte zijn voor idealisme en activisme, zodat we als machtspartij onze invloed uiteindelijk ook idealistisch zullen inzetten.

Toen ik me kandideerde als eerste lijsttrekker van GroenLinks-PvdA in Ede, vond ik het belangrijk om duidelijk te maken voor welke koers ik sta. Het is heel leuk dat mensen daarvoor hebben gekozen. Ik voel daarom ook het mandaat om idealistische politiek uit te voeren in Ede. 

In Ede is ons links-progressieve idealisme niet de heersende politieke visie. Ik zie dus echt wel dat we moeten polderen. Maar wij zijn dan wel de idealisten in dat polderen! Het is een strijd. Je kan beter hoog inzetten, want je punten worden soms afgezwakt, dat hoef je dus niet zelf alvast te doen. Juist in Ede is het belangrijk dat we hier zijn, want we strijden voor een heel groot deel van de bevolking.

Politiek blijft wel mensenwerk. Ik probeer dus altijd te zien hoe anderen erin staan en in gesprek te blijven. Het is een vaardigheid om er met mensen met wie je het oneens bent, toch samen uit te komen.’

Komt dat de zetels ten goede?
(Lachend): ‘Vraag me dat na 18 maart nog eens!

Door gesprekken met mijn leerlingen ben ik me heel bewust van hoe we onze boodschap overbrengen. Zij zien ons als de zuurlinkse partij die plezier wil afpakken, zoals karbiet schieten en vuurwerk. Terwijl we veel meer te bieden hebben, zeker voor jongeren. Ja, we willen ook dingen verbieden, omdat daar allerlei goede redenen voor zijn, maar we willen ook dingen verbeteren voor mensen. Zoals goedkopere woningen. Dat zou de focus moeten zijn. 

Zohran Mamdani (burgemeester van New York, red.) vind ik een goed voorbeeld: die heeft zijn boodschap niet verwaterd, maar doubled down on it. Hij was glashelder over waar hij voor staat. Dat maakte hem aantrekkelijker dan zijn gematigde tegenstanders. En hij is nu al volop bezig om het waar te maken. Mensen willen dat je strijdt voor hen en niet voor de status quo. Dan moeten ze zien dat je het meent. Ik geloof dat dicht bij je idealen blijven overtuigend is.’

Hoe hou je het vol?

‘Lokaal zie je dat je direct iets voor mensen kan betekenen. Mensen voelen de impact en dat zorgt ook voor dankbaarheid. Zoals dat we in Ede een eigen Pride organiseren. Laatst zei iemand tegen me: “Ik mag voor het eerst mezelf zijn in onze gemeente.” Dat vind ik zo belangrijk, dat motiveert me om door te gaan.’