Paul Smits: ‘Op het lokale strijdtoneel kan je echte verandering bewerkstelligen en tot de verbeelding spreken’

Paul Smits (35) is technisch geneeskundige bij een ICT-bedrijf en Statenlid in de provincie Gelderland. Nu wil hij de gemeenteraad van Arnhem in. Hij staat op plek 11 voor GroenLinks-PvdA. ‘Ik wil dat de succesvolle Arnhemse oplossingen bijdragen aan de verbeelding van de ecosocialistische wegen die we kunnen bewandelen.’
Hoe ben jij politiek betrokken geraakt?
‘In mijn studententijd was ik voorzitter van de Europese studentenvereniging AEGEE. Ik woonde een jaar in Brussel en vertegenwoordigde Europese studenten onder andere bij het Europees Parlement. Zoals op het gebied van visumvrijheid: als pan-Europese studentenvereniging pleitten we voor een grenzeloos Europa. Als studenten zagen we de meerwaarde om je vrij te kunnen bewegen over het continent. Voor je eigen ontwikkeling, maar ook voor het bevorderen van onderling begrip over natiegrenzen heen. Dat geldt overigens niet alleen voor Europa. We zochten ook de verbinding met Noord-Afrika, West-Azië en de BRICS-landen. In die tijd heb ik ook Lampedusa bezocht, waar een jaar eerder 300 mensen verdronken waren voor de kust. De belangrijkste grens die Europa zou moeten afbreken is haar buitengrens – de meest dodelijke grens.’
Heb je die betrokkenheid ook vanuit huis meegekregen?
‘Mijn ouders waren allebei docent op een middelbare school. Voor hen was dat meer dan leerlingen een bepaald vak aanleren. Het ging hen ook om kinderen voorbereiden op hun rol in de maatschappij. Ik denk dat dat wel doorgesijpeld is in mijn opvoeding. Het werd bijvoorbeeld toegejuicht dat ik in de bovenbouw in de medezeggenschapsraad ging. Nu ik het bedenk, is het wel heel toepasselijk dat ik later een Europees Burgerinitiatief voor burgerschapsonderwijs heb opgezet. Dus die drijfveer die mijn ouders hadden voor het onderwijs, deel ik met hen. Maar met mijn politieke betrokkenheid kies ik voor een meer systemische aanpak.
Dat zie je ook in mijn inzet voor gezondheid. Ik heb technische geneeskunde gestudeerd, maar ik zet me niet alleen in voor het gezond maken van individuele patiënten. Door me politiek bezig te houden met bijvoorbeeld een gezonde leefomgeving, armoedebestrijding en huisvesting, kan ik bijdragen aan de voorwaarden voor een gezond bestaan. Onze collectieve gezondheid is enorm gebaat bij preventie. En dat zijn politieke keuzes.’
Waar komt die interesse in gezondheid vandaan?
‘Ik ben van kinds af aan al gefascineerd geweest door het menselijk lichaam. Maar ik realiseerde me pas hoe kwetsbaar ons lichaam is toen ik als 15-jarige zelf voor langere tijd ziek werd. Ik kon een half jaar niet naar school en mijn leven stond stil. Gelukkig werd ik beter, en sindsdien probeer ik alles uit het leven te halen. Toen is ook dat vuurtje ontstaan om me in te zetten voor een goede gezondheid voor iedereen. Ik wens niemand toe dat je zo lang in onzekerheid leeft en stilstaat. Dat gebeurt bij ziekte, maar ook bij bijvoorbeeld dakloosheid, armoede of een slepende asielprocedure. Dat bewustzijn neem ik mee in mijn politieke werk.’

Hoe heb jij de stap naar de politiek gemaakt?
‘Na mijn studententijd ben ik voor mijn toenmalige werk naar Ede verhuisd. Daar zat ik opeens in een best wel conservatieve omgeving. Er was één poppodium waar je je ook als queer persoon thuis kon voelen. Ik heb toen bewust wat meer progressieve kringen opgezocht en ben actief geworden bij de lokale afdeling van GroenLinks. Ik maakte me ook druk om de grootschalige klimaatontwrichting en wilde iets doen. Toen heb ik me gekandideerd voor de Provinciale Statenverkiezingen, waar grote opgaven liggen om de klimaatcrisis het hoofd te bieden. Na twee jaar fractievolger te zijn geweest, werd ik Statenlid. Dat doe ik nog steeds.’
Nu wil je de gemeenteraad van Arnhem in. Waarom de stap van provincie naar gemeente?
‘In die 7 jaar dat ik in de provincie actief ben, heb ik veel in gang gezet als het gaat om energie en klimaat, inclusie, wonen en ruimtelijke ordening. Maar uiteindelijk moet dat allemaal landen in de lokale context. Nu ik me voor langere tijd in Arnhem heb gevestigd, lijkt het me ontzettend leuk om me in mijn eigen stad in te zetten om deze zaken concreet te maken.
Daarnaast is de provincie een conservatief agro-kapitalistisch bolwerk, waardoor het soms moeilijk is om bij te dragen aan grote veranderingen, die in mijn optiek wel hoognodig zijn. Arnhem, daarentegen, is een links-progressief lichtend voorbeeld. De laatste jaren heeft Arnhem ambitieuze woonplannen, vergroening, ruimhartige opvang en moedige keuzes voor armoedebestrijding doorgevoerd. Daar wil ik graag verder aan bijdragen.’
Als er al zoveel mooie, links-progressieve dingen gebeuren in Arnhem, wat kan jij dan nog bijdragen? Hebben ze jouw idealisme niet harder nodig in de provincie?
‘Wat mij betreft reikt wat we in Arnhem doen verder dan alleen de stad. Ik wil dat de succesvolle Arnhemse oplossingen bijdragen aan de verbeelding van de ecosocialistische wegen die we kunnen bewandelen. Dat wil ik juist versterken. Linkse politiek zoals in Arnhem zou de norm moeten zijn. Ik wil onderdeel zijn van een hoopvolle beweging die bouwt aan systeemverandering. In de provincie ben ik toch vaak ook bezig met pleisters plakken.’

Heb je dus een links-progressieve meerderheid nodig om idealistische politiek te kunnen bedrijven?
‘In de oppositie heb je in ieder geval meer je handen vrij om je eigen geluid te laten horen, en je hebt een podium om de aandacht te vestigen op de dingen die beter kunnen. Daarmee draag je ook bij aan die verbeelding. Daarnaast heb je ook vanuit de oppositie een rol om de materiële omstandigheden van mensen te verbeteren, ook als dat het systeem niet direct verandert. De schade van rechts afbraakbeleid beperken heeft ook meerwaarde.’
Waarom zet jij je in voor GroenLinks-PvdA in de lokale politiek, en niet bijvoorbeeld als activist op straat?
‘Het een sluit het ander niet uit. Ik denk dat je juist vanuit de politiek een rol kan spelen in het samenbrengen van maatschappelijke bewegingen in een gezamenlijke strijd. Ik zie daarin een rol weggelegd voor GroenLinks-PvdA, om een overkoepelend narratief te bieden dat groene, sociale en progressieve bewegingen met elkaar verbindt. Lokale politiek heeft daar ook een rol bij, want het staat het dichtst bij de belevingswereld van mensen. Op het lokale strijdtoneel kan je echte verandering bewerkstelligen, tot de verbeelding spreken, en authentieke verbindingen aangaan. Doordat je impact maakt op de directe leefomgeving, kan je mensen echt bereiken en aan je binden. Dat is nodig om op een duurzame manier een brede linkse beweging te bouwen. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij internationale solidariteit. Als je je lokaal solidair toont, leg je échte verbindingen tussen gemeenschappen.’
Waar wil jij je in Arnhem voor inzetten?
‘Gelijke gezondheid voor iedereen is voor mij een belangrijk speerpunt. Dat betekent investeren in vergroening, juist in buurten waar dat het meest nodig is, zoals bij ons in Arnhem-Zuid. Maar ook een goede, duurzame en betaalbare woning voor iedereen, ook voor mensen zonder papieren. We moeten de wooncrisis aanpakken, zodat niemand meer zonder dak boven diens hoofd hoeft te leven.
Ook sta ik voor een inclusieve stad. Ik wil dat iedereen zich welkom voelt in Arnhem. Als LHBTI’er weet ik hoe belangrijk het is om je geaccepteerd te voelen in je eigen woonplaats. Dat gevoel had ik niet altijd overal in Ede. In Arnhem was de queer scene een warm bad. Maar ook hier is nog genoeg werk te doen: de haatreacties die ik ontving toen ik in de Provinciale Staten aangaf niet als meneer of mevrouw aangesproken te willen worden, kwamen echt niet alleen uit conservatieve gemeenten. Die sentimenten leven helaas ook in de stad.
Een inclusieve stad betekent voor mij ook dat we ons als stad solidair tonen met volkeren wereldwijd. Oorlog, conflict en geweld houdt gemeenschappen in Arnhem bezig, bijvoorbeeld vanwege familiebanden daar. Dat geeft ons een extra verantwoordelijkheid om bewust om te gaan met de invloed die we als stad ook buiten de stadsgrenzen hebben. Bijvoorbeeld als je kijkt naar inkoop: wat is de impact daarvan op mensenrechten, op klimaatverandering?’
