Sipan Kelani: ‘Sociale en economische ongelijkheid hangen samen’

Sipan Kelani #4 GroenLinks-PvdA Apeldoorn

Sipan Kelani, masterstudent Politieke Geschiedenis, is pas 24 jaar oud, maar geen onbekende bij GroenLinks-PvdA. De afgelopen jaren deed hij bestuursfuncties bij de lokale afdelingen en de jongerenorganisatie, liep hij stage bij de Eerste Kamer en richtte hij mede Young & Spicy op, een community van jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond binnen GroenLinks-PvdA. Nu staat hij op plek 4 op de kandidatenlijst van GroenLinks-PvdA in Apeldoorn. 

Tekst: Roshano Dewnarain en Sabine Scharwachter
Foto’s: Hobbe Hollands

Waar is jouw politieke bewustzijn begonnen?

‘Ik was altijd al heel politiek, maar realiseerde me dat niet echt. Al op jonge leeftijd werd ik me bewust van discriminatie. Toen ik 14, 15 jaar oud was, keek ik op YouTube speeches van Malcolm X terug. Hij was voor mij een groot voorbeeldfiguur. Toen in 2020 de Black Lives Matter-protesten ontstonden, ging ik daar ook naartoe. Maar pas later besefte ik de link met de traditionele, parlementaire politiek. Heel lang heb ik gedacht: ik ga nooit stemmen. Ze geven toch niks om ons, dus waarom zou ik mij er druk om maken?

In die tijd had ik een bijbaan bij de Appie en daar had ik een aantal rechtse collega’s. Met hem raakte ik in gesprek over politiek en de verkiezingen van 2021 die eraan kwamen. Toen begon er iets te branden. Eerst dacht ik dat ik rechts was, ik had ook best wel rechtse denkbeelden. Ik dacht: ik moet gewoon money pakken. Dingen als genderneutrale toiletten vond ik maar onzin. Toen ik me ging verdiepen, veranderde dat. Ik realiseerde me dat ik eigenlijk niet rechts kan zijn. Ik en mijn gemeenschap zouden nooit behoren tot de groep die van rechts beleid zou profiteren. Daar begon mijn klassenbewustzijn.’

Hoe ben jij opgegroeid?

‘Ik ben opgegroeid in Zevenhuizen, een wijk in Apeldoorn waar veel eerste- en tweedegeneratie migranten wonen. Er heerst ook veel armoede. Mijn moeder was bang dat ik op de school in de wijk een achterstand zou krijgen in mijn ontwikkeling en in de Nederlandse taal. In groep 4 verplaatste ze me dus naar een nieuwe school. Dat was een hele witte, christelijke school. Dat heeft me enorm gevormd, dat ik zo uit mijn gemeenschap werd gehaald en in een totaal andere omgeving terechtkwam.’

Hoe heeft die ervaring jou gevormd?

‘Opeens was ik de enige met een migratieachtergrond in de klas. Daar maakte ik ook voor het eerst discriminatie mee. De eerste herinnering die ik daaraan heb was eigenlijk tegen mijn moeder. Zij werkte één à twee keer per week bij de buitenschoolse opvang, zodat ik daar gratis naartoe mocht. Dat wilde ik graag, want dan kon ik langer spelen met mijn vrienden. Mijn moeder was daar heel geliefd, maar op een gegeven moment riep de directeur haar op het matje. Die zei: we zijn een christelijke school, dus het is hier niet oké dat je een hoofddoek draagt. Ze kreeg de keus: of je doet ‘m af, of je gaat weg. Daarna kon ik dus ook niet meer naar de opvang toe.

Toen zag ik voor het eerst dat niet ieder mens hetzelfde wordt behandeld. In de sociale zin, door discriminatie, maar ook in de economische zin. Daar zaten kinderen die in een Porsche naar school werden gebracht, terwijl ik aankwam op een tweedehands fiets. Het hangt ook samen. In groep 8 kwam ik erachter dat ik bij sommige, wat rijkere jongens niet op hun verjaardagsfeesten mocht komen, omdat ik een buitenlandse afkomst heb. Bij jongens uit een meer vergelijkbare sociaaleconomische klasse gebeurde dat niet.’

Sipan Kelani #4 GroenLinks-PvdA Apeldoorn

Wanneer heb jij de stap gezet naar GroenLinks-PvdA?

‘Toen mijn politieke interesse eenmaal gewekt was, ben ik me uitgebreid gaan verdiepen. In de partijen, de politieke geschiedenis, de verschillende stromingen. Ik heb heel veel gelezen, maar ook gewoon YouTube-rabbit holes uitgespeeld. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie: ik ben een sociaaldemocraat, in de zin van een democratisch socialist. Ik geloof dat het socialisme de weg is, die via het parlement maar ook andere democratische middelen bereikt dient te worden. Daarna heb ik me ingeschreven bij de sociaaldemocratische partij, de PvdA. Ik werd actief in het bestuur van de lokale jongerenorganisatie en later van de PvdA in Apeldoorn.

Eenmaal lid kwam ik er al snel achter dat de PvdA ook dingen heeft gedaan waar ik niet achter sta: de sociale afbraak, de Derde Wegpolitiek, de koloniale kwesties van Israël, Zuid-Afrika en Algerije. Maar met de fusie met GroenLinks, die toen al in gang was gezet, zag ik kansen om met de partij een andere richting in te slaan. Ik geloof ook wel in een partij met flanken, omdat die meer invloed heeft. We moeten dus een inclusieve, brede partij zijn.’

En waarom nu de stap naar de gemeenteraad?

‘Dat is heel geleidelijk gegaan. Ik ben actief geworden bij de partij met de gedachte: als het me niet bevalt, of als ik niet de impact kan maken die ik wil, kan ik altijd weg. Maar het bevalt nog steeds goed. Toen kwam het raadslidmaatschap op m’n pad. Natuurlijk stel je jezelf wel de vraag: zou ik het wel kunnen, ben ik de beste persoon hiervoor? Is dit de plek om echt invloed te hebben op het dagelijks leven van mensen? Mijn conclusie is van wel. Als ik kijk naar waar mijn moeder mee te maken heeft gehad, waren dat vaak zaken vanuit de gemeente, zoals de strenge regels bij bijzondere bijstandsaanvragen.’

Waar wil jij je voor inzetten in de gemeenteraad van Apeldoorn?

‘Het draait voor mij allemaal om de voorzorg dat iedereen een waardig leven kan leiden. Op elk vlak, zowel in de sociale omgang als op economisch vlak, moet de basis gewoon op orde zijn. Daar wil ik me hard voor maken, ook in de gemeenteraad van Apeldoorn. Als het gaat om het verdelen van middelen, dan moeten de mensen die dat het hardst nodig hebben, er het meest op vooruit gaan. En we moeten veel meer vanuit vertrouwen werken richting mensen met een uitkering. Niemand wil in zo’n positie blijven, het is echt een uitzondering als iemand daar helemaal voor de lol in zit. Het levert ook veel stress op. 

Ik wil me ook focussen op jongeren, want jongeren tussen de 18 en 24 zijn de groep die Apeldoorn het meest verlaat. Bijvoorbeeld om te studeren of gewoon ergens anders te gaan wonen, omdat ze Apeldoorn niet heel leuk vinden. Dat los je op door bijvoorbeeld meer onderwijsmogelijkheden te bieden in Apeldoorn, maar ook meer plekken voor vrijetijdsbesteding. En ik wil dat alle jongeren in Apeldoorn een succesvolle transitie naar een zelfstandig volwassen leven kunnen maken. Ik denk dat veel jongeren gebaat zijn met bijvoorbeeld mentorschapprogramma’s. Ik hoop dat ik over vier jaar aan jonge Apeldoorners kan laten zien: de politiek kan wél iets voor jou betekenen.’