‘Ik probeer, net als jij, altijd het gesprek aan te gaan vanuit liefde en compassie’

Willa Stoutenbeek had 15 jaar een eigen bedrijf in duurzame branding, Yron van Daalen is student bestuurskunde. Beiden staan komende verkiezingen op de kieslijst in Amsterdam. Willa op plek 16 voor GroenLinks, Yron op plek 20 voor de Partij van de Arbeid. Hoewel ze van heel verschillende achtergronden komen, herkennen ze bij elkaar hoe het is als het systeem niet voor jou werkt. ‘Waarom werkt dit systeem voor hen wel en voor ons niet? Die vraag beantwoord ik nog steeds elke dag.’
Hoe heeft jullie achtergrond je gevormd?
Yron: ‘Door mijn vader ben ik heel erg opgegroeid met black culture. Hij vond het belangrijk dat ik het niet als vanzelfsprekend zie dat ik nu kan studeren. Dat er mensen in chains hebben rondgelopen en ervoor hebben gevochten. Hij liet me documentaires zien waarin het vaak ging over de Black Panthers. Ik dacht: wauw, dit is mijn legacy. Tegelijkertijd heb ik ook een heel andere achtergrond. Mijn oma was een Joodse Friesin, haar opa en oma zijn vergast in Auschwitz. Hoe kan ik die twee erfenissen, de Holocaust en de slavernij, met elkaar verenigen? Dat mijn opa en oma elkaar ondanks hun pijn hebben gevonden, is voor mij een teken van solidariteit en liefde. Ik geloof dat ik daar echt het product van ben.’
Willa: ‘Ik ben geboren onder de Hoogovens van Beverwijk. Mijn vader komt uit een VVD-ondernemersgezin, mijn moeder uit een Brabants boerengezin waar de CDA-posters op het raam hingen, al stemde zij zelf altijd GroenLinks of D66. Toen mijn ouders op mijn vijfde scheidden, verhuisde ik met mijn broertje naar mijn opa en oma in Brabant. Mijn moeder woonde vanwege haar werk doordeweeks bij een vriendin in de buurt van Amsterdam. Bij mijn grootouders stond de achterdeur altijd open, vriendjes konden blijven eten, tijdens de vakanties sliepen we met z’n allen op de boerderij. Mijn oma zette zich altijd in voor anderen, ze deed veel vrijwilligerswerk voor het Rode Kruis. Later verhuisden we met mijn moeder weer naar Noord-Holland. We hadden het niet altijd breed, maar mijn moeder nam die Brabantse mentaliteit mee. Bij ons stond de deur altijd open, iedereen kon blijven eten of blijven slapen. Er was veel warmte, muziek en plezier. In Haarlem, waar ik het langst woonde, kreeg ik een grote en diverse vriendengroep, veel vrienden hadden één of beide ouders met een biculturele achtergrond. Daar herkende ik dezelfde warmte en gastvrijheid: altijd genoeg eten voor iedereen.’
Yron: ‘Dat herken ik wel, vanuit de Surinaamse cultuur heb ik heel erg meegekregen om naar elkaar om te kijken. Jij, ik, dat bestaat niet, we zijn een geheel. Als ik vroeger een lolly had en het buurjongetje had er geen, dan bood ik die altijd aan. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik iets tekort kwam. Natuurlijk vond ik het soms wel raar als een klasgenoot van Sinterklaas een Nintendo DS had gekregen, terwijl ik een puzzel had gehad. Tegelijkertijd had ik meer lol met die puzzel dan die ander met z’n Nintendo. Toen mijn moeder d’r rijbewijs had gehaald, kreeg ze van haar vader een oude auto. Een felrode Opel Corsa Sport. Ik dacht echt dat wij facking rijk waren. Ik dacht dat het een sportauto was, terwijl dat ding bijna uit elkaar viel. Het heeft me wel minimalistisch gemaakt: het besef dat de basis, soms maar een klein beetje, voor iemand al heel veel kan zijn. Van mijn moeders stufi konden we misschien een keer per maand naar de bios. Als ik naar de bios was geweest, praatte ik daar twee weken over. Tegenwoordig is voor veel mensen alleen de basis al niet eens op orde.’

Waar begon jullie politiek bewustzijn?
Willa: ‘In groep 8 kreeg ik de hoogste score op de cito-toets. Iedereen vond dat maar raar, want ik maakte m’n werk nooit af. Ik ging naar de brugklas van het vwo, maar liep al snel tegen de muur. Bijna 30 jaar geleden was het nog helemaal niet zo normaal om dan psychologische testen af te nemen, zeker bij meisjes niet. Maar mijn vader was bipolair, dus bij mij is er toen op van alles getest en uiteindelijk hoogbegaafdheid en ADHD vastgesteld. Ik kwam terecht op een hele leuke, creatieve school, waar ik in een punkbandje zat en bezig was met dans. Maar uiteindelijk mocht ik op mijn 15e niet meer naar school, omdat ik er zo vaak vanaf gestuurd was. Dat was het moment dat ik voelde: er is geen ruimte voor mij in dit systeem.’
Yron: ‘Op de middelbare school kwam ik erachter dat heel veel mensen het in een bepaald opzicht beter hadden dan wij. Daar begon ik ook over politiek te praten. Stonden we daar, trinna aan, over politiek te praten in onze straattaal. Vrienden zeiden eerst: politiek is niet voor mij. Maar door die gesprekken gingen we het meer begrijpen, een mening vormen. En uiteindelijk: waarom werkt dit systeem voor hen wel en voor ons niet? Die vraag beantwoord ik nog steeds elke dag. Natuurlijk hebben we het in sommige opzichten beter dan vroeger, hier zitten we nu gewoon met onze matcha’s, weetje. Maar als ik kijk naar m’n roots, dan valt het me wel op dat mijn moeder puur vanwege haar Nederlandse achternaam na drie maanden uit het toeslagenschandaal is gekomen. Lang dacht ik: dit systeem kan ik fixen. Nu geloof ik dat het systeem precies werkt zoals het hoort te werken. The profit of so few, the suffering of oh so many.’
Willa: ‘Met mijn ADHD vond ik het als tiener vaak moeilijk om boeken uit te lezen. Maar The Autobiography of Malcolm X heb ik op m’n vijftiende wel vijf keer gelezen. Dat boek heeft me enorm gevormd. Daarna begon ik veel te lezen over de civil rights movement, en vielen er dingen op hun plek: ongelijkheid en racisme die ik ook bij vrienden zag. Toch geloofde ik lang dat we het systeem van binnenuit konden veranderen. Ik werkte jaren in de mode-industrie, waar veel mis is: uitbuiting en enorme vervuiling. Ik ontmoette veel mensen die echt hun best deden om het beter te maken, maar uiteindelijk toch omvielen. Dat heb ik ook met mijn eigen bedrijf ervaren. Mijn motto was ethics plus aesthetics. Ik stopte met klanten wanneer hun ethiek een lege huls bleek. Maar als je alles goed probeert te doen – eerlijke lonen, verantwoord inkopen – dan blijkt het bijna onmogelijk om binnen het huidige systeem overeind te blijven. Daarom geloof ik dat er beleid nodig is. Zodra regels veranderen, blijken grote bedrijven ineens wél dingen te kunnen waarvan ze altijd zeiden dat het onmogelijk was.
Yron: ‘Ik was vier jaar toen ik voor het eerst racisme meemaakte. Ik werd uitgescholden voor “kankerturk”. Met m’n borst vooruit riep ik terug: ik ben niet Turks, ik ben Surinaams!. Zijn reactie: dat is toch zo’n poepzwarte? Huilend ging ik naar m’n moeder. Die zei: zo’n figuur moet zichzelf elke dag een peptalk geven om uit bed te komen. Later kreeg ik “The Talk”, dat gesprek dat je ouders met jou als donker persoon voeren om je voor te bereiden op het racisme in de samenleving. Zij kwamen altijd terug op de acknowledgement of pain: nooit de persoon zelf haten, maar het systeem, want dat is de reden waarom mensen zo haten. Mensen hebben pijn, iets dat niet wordt erkend. Bijvoorbeeld door hun sociaaleconomische omstandigheden. Die pijn is legitiem, maar in plaats van dat ze kijken naar het systeem dat hen naait, trappen ze in de zondebokpolitiek. Een aantal jaar geleden kwam ik op een feestje een oude vriend tegen die in de FvD hoek was beland. We zijn toen samen naar het dak gegaan en hebben tot 6 uur ‘s ochtends gepraat. Aan het eind zei hij: Yron, je hebt me echt linkser gemaakt, het enige wat ik nodig had, was gezien worden.’
Willa: ‘Met mijn vader heb ik veel discussie gehad over racisme. Op zijn sterfbed zei hij: Willa, je moet echt geloven dat ik geen racist ben. Hij was geen makkelijke vader maar uiteindelijk ben ik hem ook vanuit liefde en compassie gaan zien en dan zie je vaak een hele andere kant. Mensen voor racist uitmaken werkt niet, daarmee ga je hun racistische ideeën of gedrag niet veranderen. Witte mensen zeggen vaak: slavernij, moeten we het daar nog steeds over hebben? Dan antwoord ik: ja, juist, want zolang we die pijn niet erkennen, kunnen we het ook niet helen met elkaar, en blijft het een rottende, stinkende wond. Nederland, en zeker Amsterdam, is financieel welvarend geworden over de ruggen van een heleboel mensen en landen die we gekoloniseerd hebben. Dat moeten we erkennen, anders komen we nooit vooruit met elkaar. Ik probeer, net als jij, altijd het gesprek aan te gaan vanuit liefde en compassie. Dat zie je ook binnen de black culture veel gebeuren tijdens hun strijd: bell hooks, James Baldwin, Nelson Mandela, zelfs Malcolm X aan het eind van zijn leven – de meest scherpe denkers kwamen uiteindelijk uit bij liefde, ook als het begon met woede als eerste vuur. Daar moeten we het veel meer over hebben: wat ons verbindt is liefde, en dat is nodig om boven die collectieve pijn uit te stijgen.’

Hoe zijn jullie bij GroenLinks-PvdA terechtgekomen?
Yron: ‘Ik ben eigenlijk begonnen bij de SP.’
Willa: ‘Nou ja, ik ook!’
Yron: ‘Ik woonde toen met mijn moeder in Friesland. Mijn cito-score was vwo geweest, maar ik was toch naar het vmbo gestuurd en was begonnen aan het mbo. Ik had zoveel passie, zoveel ambitie, maar voelde me keer op keer achtergesteld. Toen zag ik een post van Memes voor de Massa dat er een afdeling van de afgesplitste jongerenorganisatie ROOD zou komen in Friesland. Toen dacht ik: oké, misschien is dit m’n kans. Maar die organiseerden alleen maar boekenclubs en praatsessies. Ik wilde wat dóén.
Willa: ‘Voordat ik verliefd werd op Hip Hop, zat ik in de kraker- en punkerscene. Vanuit daar kwam ik bij de SP terecht. Het socialisme sprak me aan, maar uiteindelijk herkende ik me meer in GroenLinks, ook omdat ik klimaat belangrijk vind. Sinds ik op mijn negende leerde over de verschrikkingen in de bio-industrie, ben ik vegetariër. Toen al voelde ik heel diep: we leven met z’n allen op deze planeet, je plaatst jezelf niet boven een ander, ook niet boven dieren. Ik had altijd wel het gevoel dat ik iets wilde doen in de richting van politiek, maar dacht: ik heb niet de juiste papieren, ik heb nooit een studie gedaan. Dat is echt een probleem aan het systeem, veel mensen herkennen zich er niet in, ze voelen zich niet gezien en gerepresenteerd. Ik kijk naar veel zaken vanuit de lens van de natuur. Nature has outsmarted anything voor miljoenen jaren, en wat goed werkt in ecosystemen is biodiversiteit. Geen monocultuur. Dat hebben we ook nodig in de politiek: een mix van achtergronden, neurodiversiteit, opleidingsniveaus, gender, seksualiteit…Ik geloof echt dat alles daar beter van wordt.’
Yron: ‘Op Instagram kwam ik toevallig een advertentie tegen: you could be standing here. Met op de achtergrond de Verenigde Naties. Het was voor de Model United Nations, een simulatie van de Verenigde Naties voor jongeren in New York. Ik solliciteerde en mocht tot mijn verbazing op gesprek komen. Ik had geen idee wat ik kon verwachten, had het pak dat ik nog had van het kerstgale op de middelbare school kerstgala aangetrokken. Meteen zeiden ze: je moet op de universiteit zitten om mee te doen. Ik antwoordde: I’m studying at Friesland college. Ik werd aangenomen. Toen kwam ik erachter dat je 1200 euro plus je vliegticket zelf moest betalen. Ik heb toen wekenlang alleen maar nachtdiensten gedraaid in de fabriek van Friesland Campina, familieleden gebeld met een verhaal om me te ‘sponsoren’, zo noemde ik het, maar ik vroeg natuurlijk gewoon om geld. Het lukte, ik ging naar New York en won zelfs de honourable mention. Ik studeerde niet aan de uni zoals al die anderen, maar werd toch een van de beste. Dat was het moment dat ik dacht: ik kan dit gewoon. Mijn opleiding had mijn succes in New York gedeeld op LinkedIn en dat werd toevallig gezien door iemand van Scouting & Talent van de PvdA die toevallig een onderzoek deed naar MBO participatie in de politiek. Mijn vader, die zelf zweeft tussen PvdA en SP, zei tegen me: op de begrafenis van je overgootopa werd De Internationale gespeeld en dat zingen ze ook altijd bij de PvdA, dus doe het maar.’
Willa: ‘Ik merkte dat ik me op een gegeven moment niet heel erg herkende in het verhaal van GroenLinks. Klimaat is iets wat ons allemaal gaat raken, maar mensen met geld kunnen zich daar misschien even tegen wapenen, terwijl de meeste mensen met minder geld dat niet kunnen. Dat besef, dat intersectionele, miste ik in het verhaal. Er werd geen duidelijk standpunt ingenomen, er werd te makkelijk afscheid genomen van dingen. Zoals woorden als ‘woke’ en ‘links’, die verketterd worden door rechts. In de brandingwereld geldt: als je een te gladgestreken verhaal hebt, raak je niemand in hun emotie en ga je dus ook nooit mensen bereiken. Stand for something or you’ll fall for anything. Mijn handen jeukten om een ander verhaal vorm te geven. Ik heb me bij GroenLinks gemeld met mijn twintig jaar ervaring in de communicatie, maar kreeg iedere keer te horen: moet jij niet de politiek in? Ik wilde nooit een politica zijn aan de voorkant, maar na een tijdje dacht ik: let’s give it a try.’

Wat willen jullie bereiken in de Amsterdamse politiek?
Yron: ‘Het is mijn missie om de verhalen vanuit de wijk, van de mensen met wie ik ben opgegroeid, te vertalen naar de politiek. Ik noem het ook wel straatpolitiek. Ik wil jongeren die zich weinig herkennen in de politiek betrekken, laten zien dat politiek er ook voor hen is. Te vaak wordt overzien dat jongeren vaak de dupe zijn van falend beleid. Jongerenrepresentatie moet ook intersectioneel zijn, want jongeren zijn niet in één hokje te plaatsen, het is een diverse groep. Straatpolitiek staat voor mij bovendien altijd naast systeemverandering. Met straatpolitiek kan je ingewikkelde systemische problemen ook begrijpelijk maken, met begrijpelijke taal. Veel mensen snappen het dan gewoon, want ze léven onder die systemen. Ik denk dat GroenLinks-PvdA de perfecte partij voor is om een brede groep mensen te betrekken, buiten bubbels te breken. Zodat we als collectief een vuist kunnen opsteken, met de SDAP-mindset: we vragen het niet, we eisen het!’
Willa: ‘Ik wil klimaatrechtvaardigheid verankeren in gemeentelijk beleid, met oog voor gender, klasse en afkomst. Zo zorgen we ervoor dat klimaatbeleid ongelijkheid verkleint in plaats van verergert. Daartoe moeten we de échte oorzaken benoemen: onze economie die winst kiest boven welzijn en onze ecosystemen vernietigt. Dat staat niet los van racisme en koloniale denkpatronen. We moeten toe naar een circulaire gemeenschapseconomie, met gelijkwaardigheid als uitgangspunt en ons collectieve welzijn als doel. En ik wil intersectioneel feminisme structureel toepassen: door macht, uitsluiting en ongelijkheid zichtbaar te maken, en door actief te staan voor mensenrechten, gelijkwaardigheid en antiracisme.’
