Analyse gemeenteraadscampagnes: schaamteloos, authentiek links werkt
De uitslag van GroenLinks-PvdA in de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 is wisselend te noemen: met 14,6 procent van de stemmen is GroenLinks-PvdA landelijk de grootste partij geworden, ook al werden er minder stemmen dan in 2022 (16,8 procent – ruim 70.000 meer) gehaald. In 8 op de 10 gemeenten – met name middelgrote en kleine gemeenten in het noorden van het land – is verlies geleden, terwijl in Rotterdam, Utrecht en Nijmegen zetelwinst werd geboekt. Ondertussen ziet het politieke landschap er in veel gemeenten anders uit dan de afgelopen vier jaar: extreemrechts in de vorm van Forum voor Democratie heeft in veel gemeenten voet aan de grond gekregen. Wat kunnen we leren van de lokale campagnes waar GroenLinks-PvdA succesvol is geweest?
In Rotterdam was het afgelopen week een groot feest: na vier jaar stadsbestuur door Leefbaar Rotterdam werd GroenLinks-PvdA voor het eerst sinds 2010, toen PvdA de meeste stemmen behaalde, de grootste partij (22,1 procent). GroenLinks-PvdA verwierf zo twee zetels meer dan vier jaar geleden. Opvallend was de campagne gefocust op ‘betaalbaar wonen’, met ‘betaalbaar, veilig & groen’ als centrale slogan. In debatten en ludieke acties ging de partij de strijd aan tegen leegstand en dakloosheid. Ook schuwde de partij niet om de huidige coalitie (Leefbaar, DENK, VVD en D66) aan te vallen. Raadslid Kevin van Eikeren ageert in een video tegen het beleid om belastinggeld uit te geven aan miljonairstorens in plaats van betaalbaar wonen en windt er geen doekjes om: “Wil jij net als ik dat we Dagobert Duck in het stadhuis van z’n schatkist aftrappen?” De gelijkenissen met de uitgesproken linkse campagnes van Zohran Mamdani (burgemeester New York) en Zack Polanski (leider Britse groenen) zijn onmiskenbaar, zo schrijft ook De Volkskrant.
In Amsterdam – waar GroenLinks twee zetels won, maar GroenLinks-PvdA samen in zetelaantal gelijk is gebleven – zagen we iets soortgelijks. GroenLinks-lijsttrekker Zita Pels (wethouder Wonen) trok de gehele campagne fel van leer tegen huisjesmelkers, inclusief in een tv-debat tegenover een huisjesmelker in levende lijve. Daarnaast richtte ze haar pijlen op het kersverse kabinet, en daarmee ook op lokale concurrent D66 (“Als je het mij vraagt, leest de woonparagraaf van het kabinet als het verkiezingsprogramma van de VVD, dat nu wordt uitgevoerd door D66.”). In aanloop naar de Feminist March begon ze een actie tegen de landelijke ‘bevalboete’, waardoor nieuwe ouders soms duizenden euro’s minder verlofuitkering zouden ontvangen. Toen die maatregel een week later van tafel ging, claimde de partij: LINKSE POLITIEK WERKT!
De Rotterdamse en Amsterdamse campagnes sluiten naadloos aan op de oproep die LinksBoven deed in de motie ‘Een links verhaal, een winnend verhaal’ op het landelijke partijcongres in juni 2025: politiseer op de economische as en richt de pijlen op een ‘vijand’. Dat de lokale afdelingen hier kozen voor ‘wonen’ als centraal thema, was daarbij een schot in de roos: volgens onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van NOS was ‘wonen’ het belangrijkste verkiezingsthema. Dit verklaart mogelijk ook waarom anti-azc partijen het in veel gemeenten goed deden (Nu.nl: “Voor veel kiezers hangt wonen bijvoorbeeld samen met de spreidingswet en de komst van een azc.”). In Rotterdam en Amsterdam wist GroenLinks-PvdA dit thema echter om te buigen naar een economische kwestie in plaats van een asielkwestie, zoals de zondebokpolitiek van (uiterst) rechtse partijen ons wil laten geloven. Belangrijk: hoewel het geen hoofdthema in de campagne was, heeft GroenLinks-PvdA in beide steden nooit ingeleverd op haar principe van een inclusieve en menswaardige stad voor iedereen en zich hard gemaakt voor de opvang van vluchtelingen en ongedocumenteerden.
Wat verder opvalt: terwijl de nieuwe partijnaam van GroenLinks-PvdA volgens de laatste geruchten het woord ‘progressief’ centraal stelt, kozen succesvolle afdelingen om de term ‘links’ een prominente rol in hun campagne te geven. Op de kunstzinnige posters op abri’s in heel Utrecht prijkten leuzen als ‘Stem voor linkse hoop in rechtse tijden’ en ‘Den Haag gaat naar rechts, Utrecht gaat naar links’. Het leverde een zetel extra op – 14 zetels maken met afstand de grootste. In Nijmegen herhaalde GroenLinks (daar nog zonder de PvdA) eindeloos haar slogan ‘LIEF EN LINKS’. Winst: twee zetels, terwijl PvdA er niets verloor. In Amsterdam voerde GroenLinks de slogan ‘Big Links Energy’ – een kreet die duidelijk de lading dekt, want de campagne joeg De Telegraaf de stuipen op het lijf, zo blijkt uit deze nieuwskop: “’Schaamteloos linkse campagne’ levert GL hoofdprijs op in Amsterdam”. In Rotterdam was ‘links’ geen onderdeel van de campagneslogan van GroenLinks-PvdA, maar wél van die van Leefbaar: “LEEFBAAR of links…”. Eén ding is duidelijk: ‘links’ heeft niet de afschrikkende werking waar Leefbaar waarschijnlijk op gehoopt had.
In Nijmegen zweren ze er daarnaast bij om in woord én daad voor je idealen te staan – en dus in de vier jaar tussen verkiezingen te blijven werken aan verbindingen met gemeenschappen en maatschappelijke bewegingen. Lokale leider Quirijn Lokker: “Onze raadsleden zijn het hele jaar door betrokken bij de stad en onze inwoners. We zijn benaderbaar en sluiten aan bij maatschappelijke initiatieven, zoals demonstraties. Niet met onze campagnejas aan, maar vanuit oprechtheid.” Zo heeft de afdeling langdurig geïnvesteerd in het betrekken van Nijmegenaren met een migratieachtergrond bij de partij. Lokker: “Uit analyse blijkt dat dit ons een hele zetel heeft opgelverd. En nog belangrijker: een enorme toestroom aan fantastisch talent voor wie de gemeentepolitiek eerst ver weg was.”
Mogelijk draagt ook de inzet van persoonlijke campagnes bij aan het betrekken van verschillende doelgroepen. In Rotterdam, Amsterdam en Nijmegen waren individuele kandidaten goed zichtbaar, waarbij zij eigen accenten konden leggen. Ook in Enschede, waar GroenLinks-PvdA een zetel erbij kreeg en de grootste werd, kregen kandidaten de ruimte om vanuit hun eigen verhaal campagne te voeren.
Hoe zit het dan in andere, kleinere gemeenten? Werkt het daar ook om een uitgesproken linkse campagne te voeren? Dat is op basis van deze verkiezingen lastig te zeggen. Kleinere afdelingen hebben veel minder budget en dus ruimte om tijdens de gemeenteraadsverkiezingen een eigen narratief neer te zetten. Zij zijn dus meer afhankelijk van het beeld dat de landelijke partij neerzet en het campagnemateriaal dat de landelijke organisatie aanreikt. Voor deze campagne bestond het ontwerp uit een rode achtergrond met daarop de tekst ‘GROEN EN SOCIAAL’ in witte blokletters en de naam van de gemeente op een groene balk daaronder. Op zich is daar weinig mis mee, maar het staat in schril contrast met de eigenzinnige, authentieke en energieke campagnes die de grotere afdelingen wisten op te tuigen.
Tot slot. In veel steden blijven afdelingen achter met een dubbel gevoel: GroenLinks-PvdA is in meer steden dan in 2022 de grootste partij geworden, soms dus voor het eerst, waarmee zij vaker het initiatief voor coalitievorming heeft. In steden als Tilburg, Leeuwarden en Groningen ging dat echter gepaard met het inleveren van zetels. In steden als Arnhem behield GroenLinks-PvdA het aantal zetels, maar verloren andere links-progressieve partijen. Als initiatiefnemer van de coalitie staan veel fracties hierdoor voor een pittige taak. Daarmee blijft het de komende jaren de vraag hoe we gaan toewerken naar een gedeeld verhaal waarmee we niet alleen de grootste blijven, maar ook meer kiezers tot het links-progressieve kamp kunnen verleiden. De succesvolle campagnes in de grote steden bieden alvast inspirerende aanknopingspunten.

