
Hoe progressief is Progressief Nederland (PRO)?
“Wij zijn de stem van progressief Nederland,” zei partijleider Jesse Klaver tijdens zijn nieuwjaarsspeech afgelopen januari. Met de lancering van Progressief Nederland, kortweg PRO, als nieuwe partijnaam, en zijn Progressief Pleidooi geeft Klaver verder invulling aan die stem. Wat betekent progressief voor PRO?
In het Progressief Pleidooi begint Klaver met een definitie van ‘progressieve politiek’: “Progressieve politiek betekent opstaan tegen onrecht en bovenal strijden vóór een eerlijke en rechtvaardige samenleving.” PRO is dus vóór een betere wereld, en juist daarom ook tégen de oorzaken die een betere wereld nu nog in de weg staan. Dat is een goed begin, maar Klaver mag de problemen – en daarmee de oplossingen – nog veel helderder benoemen. Ook zien we dat er kansen blijven liggen om een strijdbare, brede beweging te verenigen – ook volgens Klaver – nodig is om verandering teweeg te brengen.
Economische systeemverandering
Hoe ziet een strijdbaar, progressief verhaal eruit? Dat bestaat uit een heldere probleemanalyse én concrete voorstellen om problemen op te lossen. Soms komt dit in het Progressief Pleidooi voorzichtig naar voren, zoals: “We nemen het op tegen gevestigde belangen en degenen met het allermeeste geld die vooral hun privileges zeker willen stellen.” Het is goed dat Klaver hier duidelijk aanwijst waar de oorzaak van onrecht ligt, maar dan moeten de concrete voorstellen wel verder gaan dan slechts een moreel standje tegen zij die extreme ongelijkheid in stand houden en versterken. Wat gaan we doen? De tijd van vriendelijk vragen aan huisjesmelkers, aandeelhouders en grote bedrijven is allang voorbij. We hebben stevige politieke maatregelen nodig om te komen tot economische systeemverandering, zodat macht en vermogen niet geconcentreerd blijftbij een kleine groep, maar in de handen komen van álle mensen. Precies daar zit nog ruimte voor verbetering: Klaver pleit voor vooruitgang voor ‘gewone mensen’, maar mag daarbij duidelijker benoemen dat de allerrijksten hun macht en vermogen hiervoor zullen moeten inleveren.
Datzelfde geldt voor het bestrijden van de klimaatcrisis. Het is onvoldoende om oliebedrijven te beroepen op “hun verantwoordelijkheid” wanneer de oorzaak inherent is aan het systeem van fossiel kapitalisme. Shell stootte haar duurzame dochteronderneming af en gaat “alles oppompen wat op te pompen valt”, BP heeft groene doelen opzij gezet en investeert weer volle bak in olie en gas. Alles voor de winst van hun aandeelhouders. Ook “innovatie, ondernemerschap en technologie” gaan op zichzelf niet leiden tot een duurzame economie, zolang kapitaal en economie ondemocratisch georganiseerd blijven. Het is onmogelijk om het wereldwijde torenhoge consumptieniveau te verduurzamen en tegelijkertijd binnen de grenzen van de planeet te blijven. Zo kunnen we bijvoorbeeld niet alle auto’s elektrisch maken, zonder de hiervoor benodigde grondstoffen uit te putten (en op dit moment ook niet zonder moderne slavernij in het Mondiale Zuiden). Een eerlijke, rechtvaardige en groene samenleving kan dus alleen ontstaan als we onze economie fundamenteel democratisch hervormen. Progressief zijn betekent dat we vooraan moeten lopen om de eigendomsvraag te stellen: waarom leggen de grootste vervuilers alleen verantwoording af aan hun aandeelhouders en niet aan hun medewerkers en omgeving?
Een strijdbare, brede beweging
Hoe bouwen we vervolgens dan die strijdbare, brede beweging om tot die systeemverandering te komen? Klaver verbindt de nieuwe beweging aan allerlei strijden die al decennialang worden gevoerd, zoals de strijd voor vrouwenrechten, het universeel huwelijk, arbeidsrechten, toegankelijke sociale voorzieningen en de klimaatbeweging. Op de kersverse website prijkt de tekst “Echte verandering komt altijd van onderop”. Die erkenning is een belangrijke eerste stap, maar is de erfenis en strategie van precies deze sociale bewegingen vertaald naar de nieuwe partij?
In Jaocbin beschrijft Jelle de Graaf twee strategieën om politieke strijd te voeren. Optie 1: beweeg met je politieke groep naar de macht toe, om je op de kiezers en het publiek op het midden te richten. Of deze strategie voor links daadwerkelijk tot macht leidt, is nog maar de vraag – de afgelopen jaren heeft het voor linkse partijen nog niet geleid tot regeringsdeelname. En hoewel je dichterbij bij de macht misschien op korte termijn bepaalde zaken kan veranderen, zorgt het op de lange termijn niet voor structurele verandering, omdat de dominante ideeën die de problemen veroorzaken in stand blijven. Optie 2: domineer het politieke debat met ideeën die in eerste instantie ‘radicaal’ (ofwel: een probleem bij de wortels aanpakken) lijken, zoals collectieve supermarkten, gratis openbaar vervoer, miljonairsbelastingen en het afschaffen van alle fossiele subsidies. Door deze ideeën luid te laten klinken, zorg je ervoor dat deze ideeën binnen de maatschappij meer worden genormaliseerd en het zogeheten ‘Overton-venster’ verschuift.
Spoiler voor Klaver: het is die tweede optie waarmee sociale bewegingen historisch succesvol verandering van onderop hebben afgedwongen. De bewegingen die vochten voor vrouwen- en arbeidsrechten en het universeel huwelijk spraken ideeën uit die in de betreffende tijdgeest enorm radicaal en controversieel waren. Nu vinden we ze de normaalste zaak van de wereld. Ook de succesvolle linkse strategieën van Zohran Mamdani in New York en Zack Polanski in het Verenigd Koninkrijk, en dichter bij huis van GroenLinks-PvdA in Amsterdam, Rotterdam en Nijmegen, hanteerden een uitgesproken linkse strategie. In plaats van stelling te nemen met: “We blijven staan waar we horen te staan: trots links van het midden”, moeten we leren van onze voorgangers door uitgesproken te gaan staan voor linkse idealen en vernieuwende ideeën.
Kleurklasse narratief
In het Progressief Pleidooi wordt terecht erkend dat die strijdbare beweging ook een brede beweging hoort te zijn: “Onze opdracht is om zoveel mogelijk mensen te verenigingen ondanks hun verschillen.” Daartoe moeten we volgens Klaver breken “door bubbels en muren heen”. Dit is een mooi en goed doel, alleen hier hoort nog wel een belangrijke stap bij: het benoemen van de reden waarom mensen nu verdeeld zijn.
Die verdeeldheid is namelijk niet zomaar ontstaan, maar moedwillig gecreëerd. In feite zitten we allemaal in hetzelfde schuitje: de docent, de vuilnisman en de arbeidsmigrant ervaren allemaal onderdrukking onder hetzelfde systeem, dat alleen maar gericht is op zo veel mogelijk winst maken. Machthebbers gebruiken zondebokpolitiek tegen onder andere migranten en transpersonen om groepen mensen tegen elkaar op te zetten en zo de aandacht af te leiden van de echte redenen voor economische ongelijkheid – namelijk hun rechtse beleid dat rijke mensen de hand boven het hoofd houdt en het onrechtvaardige systeem beschermt.
Als je een brede beweging wil bouwen, blijkt het voor progressieve organisaties een effectieve strategie om dit verdelende mechanisme expliciet te benoemen. Dat kan middels het kleurklasse narratief – een verbindend narratief dat verdeel-en-heerstactieken als racisme en transhaat benoemt, aanwijst wie (welke ‘vijand’) daadwerkelijk verantwoordelijk is voor een probleem én een toekomstperspectief biedt. Een voorbeeld hiervan is benoemen dat niet migranten schuldig zijn aan de wooncrisis, maar de huisjesmelkers en projectontwikkelaars die zo veel mogelijk winst willen maken. Hierdoor worden én studenten én migranten én starters keihard genaaid. Rechtse partijen maken migranten echter tot zondebok om te verbloemen dat hun neoliberale beleid op volkshuisvesting de daadwerkelijke boosdoener is. Door bloot te leggen waarom we nu verdeeld zijn, kan het de verschillen tussen mensen overbruggen en bubbels doorbreken – en ons zo verenigen voor collectieve actie en structurele verandering.
Ook succesvolle democratisch socialistische politici uit de Verenigde Staten, zoals Alexandria Ocasio-Cortez en Zohran Mamdani, herhalen deze boodschap continu. Dat schrijven ook Madeleijn van den Nieuwenhuizen en Jacob Boersema in hun opiniestuk ‘Links moet van pandjesmelkers en parasitaire multinationals de vijand durven maken’ in NRC. Waar het Progressief Pleidooi al een ‘vijand’ durft te benoemen, maakt Klaver nog niet de stap om ook onderliggende verdeel-en-heerstactieken bloot te leggen. Zo dreigt zijn boodschap van verbinding zich vooral moralistisch te richten tegen polarisatie, zonder bij te dragen aan het daadwerkelijk verbinden van groepen mensen in een collectieve beweging. Als we een echte progressieve beweging willen vormen, is het essentieel om mensen te verbinden in een collectieve strijd die zondebokpolitiek blootlegt en mensen verenigt tegen de daadwerkelijke elite: de rijken.
Taalgebruik op migratie
Sterker nog, ondanks de hevige zondebokpolitiek tegen migranten, komt migratie in het Progressief Pleidooi geheel niet voor. Een toelichting op de visie van de partij op migratie geeft hij wel in een optreden bij WNL. Daarbij bezigt hij taalgebruik dat zondebokpolitiek juist dreigt te voeden. Het gaat bijvoorbeeld om taal die niet helder onderscheid maakt wie de oorzaak van problemen rondom asiel en migratie is. Zo zegt hij over arbeidsmigranten: “Het zijn vaak mannen die met tien-vijftien in een huis worden gestopt die voor enorme overlast zorgen.” Zorgen deze mensen voor overlast, of wordt overlast veroorzaakt doordat hun uitbuitende werkgevers hen van penibele huisvesting voorzien? Als hij wordt gevraagd over detetentiecentra voor migranten aan de randen van Europa, benadrukt hij dat het “opsluiten van kinderen” te ver gaat. Daarmee zegt hij indirect dat opsluiting (vaak zonder proces) om migranten tegen te houden wel oké is wanneer het meerderjarigen betreft. Rocher Koendjbiharie schreef een uitgebreidere analyse over waarom dit soort taal gevaarlijk is. De taak van een progressieve partij is het blootleggen van deze schadelijke zondebokpolitiek: migratie is niet ‘het probleem’, de enorme ongelijkheid wel.
Hoop, wanhoop, actie
Volgens Klaver zijn veel mensen nu – begrijpelijkerwijs – vooral wanhopig over de staat van de wereld en is het “de opdracht van onze nieuwe beweging om hoop en optimisme terug te brengen.” Maar wanhoop bestrijd je niet enkel met hoopgevende woorden – wanhoop bestrijd je door te benoemen waarom en door wie het systeem nu niet werkt, en op basis daarvan het politieke debat met concrete voorstellen voor systeemverandering naar je toe te trekken. Wanhoop over onrecht en hoop op verandering vormen zo samen de noodzakelijke brandstof voor een strijdbare beweging. Door verdeel-en-heers tactieken bloot te leggen, kunnen we die beweging bovendien verbreden om collectief in actie te komen. Als Klaver erin slaagt om boven een moralistisch betoog uit te stijgen, heeft PRO de kans om als brede linkse beweging met een offensief links verhaal een betere wereld dichterbij te brengen.
